Chris Garrit

Anders dan z’n Engels klinkende naam doet vermoeden, is Chris Garrit van Catalaanse afkomst. Geboren als Christiaan Johan Michiel Garrit in Nijmegen op 12 januari 1973, verhuizen zijn ouders op z’n derde jaar naar Barcelona, waar zijn vader vandaan komt. Chris woont hier tot z’n zesde jaar, waarna zijn Nederlandse moeder besluit om terug te keren naar Nederland, samen met Chris en zijn zusje. 
Terug in Nederland steekt Chris’ liefde voor muziek al snel de kop op. Zijn interesse in de popcultuur wordt gewekt door het kijken naar popprogramma’s op tv en het luisteren naar de radio.

Alles beter dan een blokfluit
De gitaar is ook voor Chris een magisch instrument en hij wil het liefst zelf gitaar gaan spelen. Hij vraagt zijn moeder dan ook een gitaar voor hem te kopen, maar zij ziet het ding in gedachten al bij de ongebruikte rommel liggen en besluit een deal met Chris te sluiten. “Ik mocht een dwarsfluit hebben, dat vond ik allang goed want ik wilde niet zo’n suffe blokfluit. Een dwarsfluit was tenminste nog van metaal. Ik moest op les en als het me zou lukken om een jaar op les te blijven mocht ik een gitaar. Met die gitaar in m’n achterhoofd lukte het wel om een jaar op dwarsfluitles te blijven, ook al vond ik het suf.” Moeder houdt zich aan de deal en Chris krijgt de felbegeerde gitaar.

Middelbare school
Inmiddels zit Chris op de Leon van Gelder Middenschool en heeft het daar prima naar z’n zin, vooral ook omdat de creativiteit van de kinderen op deze school enorm gestimuleerd wordt. Vooral muziekleraar Henk Hilbrandie (ook toetsenist in Cuby and the Blizzards en vele andere (Groningse) bands) is een grote inspirator voor Chris. Deze Henk vertelt stoere verhalen over de Rolling Stones en Cuby and the Blizzards, hun muziek en hun groupies. Chris zit in die tijd in twee schoolbands. “Dan ging de schoolbel, waar we gewoon doorheen speelden, de lessen begonnen weer, maar wij speelden door! De leraren op de school waren niet zo heel streng. Zelfs bij wiskunde mochten we te laat komen.”

Blues…
Chris’ eerste band Blue Jeans Blues Band wordt opgericht in 1990. Blues was in die tijd aardig hip en de jongens spelen in datzelfde jaar voor het eerst in De Spieghel tijdens een Blueswedstrijdje, waar ze tweede worden. Na een aantal bezettingswijzigingen is de viermansformatie in 1993 compleet met Johan Bisschop op bas, Sander Schaap op piano, Chris op gitaar, René Diertens op drums, Richard Koster op mondharmonica en Martijn Vreve op altsax. Bij een andere wedstrijd ‘Bluesconnection’ worden ze eerste en winnen daarmee een geldprijs.

Naar aanleiding van het winnen van die wedstrijd worden ze uitgenodigd bij het radioprogramma van Harry Muskee. “Harry had in die tijd een bluesprogramma bij de Drentse omroep: ‘Harry’s Blues’. Wij wisten helemaal niks van die man behalve dat hij een maf accent had en veel scheen te drinken. Dat had Henk ons verteld tijdens de les.” De jongens geven een interviewtje en hun demootje wordt gedraaid in Harry’s programma.

In die tijd treden elke maandagavond goede bands op in De Kar. Op een avond als Chris er rondhangt wordt hij aangesproken door een jongen aan de bar: Wouter Zimmerman. Die had de Bue Jeans Blues Band een keer vanuit de verte in de Peperstraat zien spelen en vond dat de band klonk als een stel doorgewinterde muzikanten. “Hij vond dat het leek alsof wij de blues hadden uitgevonden.” Wouter vroeg me of ik geen rockabilly wilde spelen maar die term zei me niks. Het zou een soort snelle blues zijn.” Wouter speelt in de rockabilly band Tennessee Stomp en treedt de volgende dag op voor het Noordermuziekhuis, waar Chris wordt uitgenodigd om te komen kijken.
Tennessee Stomp bestaat verder uit Robbie Touw (gitaar) en Martin de Ruiter (drums, ook in The Drugs).
Wat Chris niet weet is dat de relatie tussen Wouter en Robbie danig verstoord is. Daarom wil Wouter graag dat Chris Robbie vervangt.

…wordt rockabilly
Inmiddels zit Chris op de MDGO-SA (sociale arbeid) en komt spelen bij Tennessee Stomp. In die tijd krijgen Wouter en Chris een aanbieding om in een pand op de Grote Markt te komen wonen (nu sportschool Springs), een aanbieding waar ze op in gaan. “We gingen daar wonen en Martin kwam daar ook vaak. We hadden twee hobbies, de eerste was elke avond fanatiek repeteren, we hadden een oefenruimte thuis. De tweede hobby was, je raadt het al: elke avond in de kroeg zitten. Ja, wat wil je, je bent 18 en je woont midden op de Grote Markt!” In die tijd, zo rond 1993, ontstaan The Gravediggers. Wouters invloed was punk, alternatief, we gingen heel vaak naar Vera waar we Nine Pound Hammer, The Dwarves en Reverent Horton Heat zagen. We raakten helemaal verslingerd aan die muziek, dat wilden we ook spelen! De Blue Jeans Blues Band bloedde in die tijd dood. “Mijn nieuwe band was veel spannender!”

Wouter en Martin hebben veel contacten in het Groninger kroegencircuit en de band speelt ook veel op dansavonden van dansscholen, bijvoorbeeld bij rock ’n’ roll wedstrijden. Daar spelen ze dan keurig hun nummers met bijpassende kleding en kuif. Onder invloed van Grolsch beginnen ze wat harder te spelen, de muziek gaat meer de trash-kant op en een optreden in de Vera-kelderbar laat dan ook niet lang op zich wachten. Een tijdje later spelen ze al in de grote zaal van Vera.

The Gravediggers ontlenen hun naam aan de teksten van de Finse band ‘Fanatic Flintstones’ waarin het vaak over gravediggers (doodgravers) gaat.
De eerste single van The Gravediggers komt uit in 1993 en draagt de titel The Greatest Hits vol. 2. “Dat vonden we wel toepasselijk bij onze eerste single”, zegt Chris. Na het uitkomen van de eerste single dromen de jongens over het uitbrengen van een elpee. Het is creatief gezien een erg goede tijd voor de band. Ze zijn vaak te vinden in de Glasfabriek, een kraakpand in de Spanestraat, dat nog steeds bestaat. Er hangt een goede sfeer en de jongens repeteren er vaak. Dat moet ook wel, want hun repetitiekot aan de Grote Markt is inmiddels opgeheven omdat sportschool Springs z’n intrek neemt in het pand.

Turbonegro
“We hadden eens een optreden in de Glasfabriek. We stonden in het voorprogramma van Turbonegro, een volledig onbekende Noorse band waar niemand ooit van had gehoord, dus iedereen was nieuwsgierig! Op de dag van het optreden kwam er een wit Mercedesbusje aangereden die stopte bij de Glasfabriek. De deuren gingen open en er rolden allemaal bierflesjes uit, met daar achteraan tien dronken Noren”, lacht Chris. Turbonegro bleek een hele heavy band te zijn, met een zanger die een vuurfontein in z’n achterwerk stak. “De volgende middag zaten we dan weer gezellig met de Noren in de achtertuin rond een vuurtje.” Later zou Turbonegro een grote band worden met een deal met Levi’s op zak.

Grote Prijs
The Gravediggers maken het Nederlands podiumcircuit onveilig. Ze spelen vaak en veel, o.a. op het Metropolis-festival. Ook doen ze in 1996 mee aan de Grote Prijs van Nederland waar ze de finale halen, die in de Melkweg in Amsterdam gehouden wordt. “Het was een goed optreden maar het was weer zo’n hip hop band die er met de eerste prijs vandoor ging. Dat was de laatste keer dat we meededen aan een wedstrijd. Waarschijnlijk konden we niet tegen ons verlies.”
Zoals gezegd wordt er veel gespeeld en er komt een derde release uit in de vorm van een 10-inch: de maxisingle Fuck All. Op de voorkant van de hoes staat het scrotum van Vera-medewerker Thee Seetz, die z’n zaakje wel op de hete glasplaat van de scanner durft neer te leggen.

Tijdens het vele optreden krijgen Chris, Wouter en Martin ruzie vanwege een akkefietje in de tourbus, op de terugweg uit Duitsland; The Gravediggers sterven op dat moment een zachte dood. In 1995 wordt Chris ook gevraagd om gitaar te spelen in Jammah Tammah. Het verhaal van Jammah Tammah is bekend. Ze spelen op elk dorpsfeest, in elke zaal, in een uitverkocht Paradiso, op het Mundio-festival, het Bevrijdingsfestival etcetera. Inmiddels heeft Chris z’n ouwe maten Wouter en Martin dan al een paar jaar niet meer gezien en gesproken.

Uit het graf herrezen
In 1999 krijgt Chris een baan in Amsterdam. Hij gaat in de gevangenis werken met jongeren. Hiervoor is verhuizen noodzakelijk en gaat hij wonen op de Westzijde 256 in Zaandam. Op een dag tijdens het boodschappen doen komt Chris een hoek omgelopen en botst spontaan tegen Wouter op. Deze blijkt al een tijd op de Westzijde 258 te wonen. Dit kan geen toeval zijn en Wouter vertelt Chris een nog sterker verhaal: hij heeft een Peyote-cactus staan en in de tijd dat Chris in Zaandam komt wonen bloeit deze cactus voor het eerst sinds jaren. Zo komen The Gravediggers ook weer tot leven.

Chris woont nog steeds in Zaandam, maar komt langzamerhand tot de ontdekking dat hij Groningen mist. “Ik vond Amsterdam een heel onhandige stad. Dan ging je ergens naartoe, moest je eerst een uur fietsen of met de bus of een taxi. Dan kwam je waar je wou zijn, was het er toch niet leuk, moest je weer drie kwartier ergens anders naartoe fietsen. En al dat gedoe met bussen en taxi’s. Het was me ook te onpersoonlijk. Ik was elk weekend in Groningen te vinden! Dus ik zei m’n baan op, en ging terug naar Groningen.” Hij gaat werken met gedragsgestoorde jongeren en maakt muziek met hen. “Het waren moeilijke kids, maar ze reageerden goed op muziek en het zelf maken van muziek. Ik kon daar heel enthousiast van worden, het deed iets met mij.” Inmiddels speelt drummer Martin ook bij de band T99 met Mischa den Haring. Hij besluit na een tijdje helemaal de bluesrichting op te gaan en stopt met The Gravediggers. Omdat Wouter nog steeds in Amsterdam woont, staan The Gravediggers anderhalf jaar op een laag pitje. In 2000 speelt Chris in O.D. Babe met in de gelederen Erik Kramer, Saro Paradiso en Adam Wachter (o.a. Moonlizards). Ze maken een cd en een clipje in 2004, maar als Chris niet kort daarna z’n liefde voor The Gravediggers weer ontdekt, houdt de band op te bestaan. In 2006 speelt Chris een blauwe maandag bij The Spades uit Eindhoven, wat een leuk, los project is, maar niet lang duurt.

Herman Brood
In die tijd, we spreken nu over 2006, wordt ook de film ‘Wild Romance’, over het leven van Herman Brood opgenomen. Een gedeelte van die film wordt opgenomen in het huis van Chris, op het Glaudé-terrein aan de Hereweg. De originele bassist van Herman’s Wild Romance, Gerrit Veen, is in die tijd zo’n beetje elke dag wel bij Chris thuis te vinden. Chris is zelf behoorlijk fan van de eerste twee platen van Herman Brood en Chris en Gerrit krijgen het idee om de eerste twee platen van Herman na te spelen met een band bestaande uit Gerrit en Chris, Peter Walrecht, Alex Luttjeboer (o.a. Speedo, The Wild Bunch, AA & the Doctors) en Remko Wind. De film over Herman Brood gaat in premiere en Chris organiseert op dezelfde avond in de Puddingfabriek de HB nacht, een soort Herman Brood afterparty waar de band de platen van Herman naspeelt. Met groot succes. Daarna nodigt Koos van Dijk, Herman’s manager, de band uit om op 3 november te spelen op ‘De Nacht van Brood’ in Winschoten. “Wat we niet verwacht hadden was dat de zaal knettervol stond, en het optreden ging fantastisch!” Omdat Chris nog al eens met Herman wordt vergeleken, speelt Chris voor Herman. “Nou ja, je kunt beter op Herman Brood lijken dan op Jan Smit!”

In 2007 wordt Chris door Eddy Koekkoek en Paul Penninkhof betrokken bij de organisatie van De Vrije Hand. Dat duurt niet lang. De kwaliteit is heel goed maar de programmering waarbij een muzikant drie avonden lang met zelf-uitgenodigde muzikanten mag vullen is te wisselend van stijl, waardoor de opkomst ook heel wisselend is. Het publiek kan er niet van op aan. Chris probeert het een jaar lang maar het werkt niet naar behoren. Er wordt overgegaan op een andere formule: bands programmeren.

Gideon
Ook begint Chris in 2007 met het nu reeds legendarische A Campingflight to Gideon Festival, later omgedoopt tot A Rocket Ride To Gideon Music Festival. Het verhaal is inmiddels bekend. Hij wordt door vrienden die op het Gideonterrein wonen gevraagd om een verjaardagsfeestje te organiseren maar Chris maakt er meteen een driedaags festival van.
“Ik werkte in die tijd in de hulpverlening, maar ik werd moe van hulpverleningsland. Ik vond het werk zelf te gek maar in die tijd deed het nieuwe zorgstelsel z’n intrede. Voor de werkvloer betekende dat minder tijd voor het echte werk, veel werk met de computer, veel administratief werk en veel registreren. Ik baalde daarvan dus ik stopte ermee. Ik wilde iets anders doen voor en met mensen, mensen blij maken. Ik wilde muziek en organiseren, dus het ging eigenlijk vanzelf. Ik werd trouwens ook gestimuleerd door mensen die zelf absoluut niet konden organiseren, haha! Een band bellen is niet zo moeilijk maar alle dingen erom heen, beveiliging, podia, eten, dat is even wat anders! In het begin maakten we echt wel stomme fouten, maar al doende leert men. De organisatie van Gideon 2007 gaf me zoveel energie, ik stond versteld van wat ik in één maand kon organiseren! Een week na Gideon was ik alweer bezig met het regelen van Gideon 2008”, lacht Chris.

In 2007 vinden ook de opnames plaats voor de elpee van The Gravediggers El Still Digging, waarbij Martin nog als drummer fungeert. De plaat wordt tijdens een paar weekenden opgenomen op het Gideon-terrein, in de zogenaamde Doghouse Studio. Er wordt op een relaxte manier gewerkt, met veel vrienden, waaronder Remko Wind en Choco Ramirez. Er worden veel dingen ter plekke verzonnen en er wordt vaak ‘s nachts opgenomen.

Transformenergy en Kunstbank
Omdat Chris ook veel bezig is met duurzaamheid, zet hij in dit jaar ook een website op, Transformenergy genaamd, waarop te lezen is wat je allemaal kunt doen met duurzame energie. Het concept heeft ‘ie zelf bedacht en tot op de dag van vandaag houdt Chris deze site nog steeds bij. Een ander nevenproject in 2009 is De Kunstbank, een ruimte in de voormalige Friesland Bank waarin veelbelovende Groningse kunstenaars voor een bepaalde tijd een atelier/expositieruimte hebben.
Kunstenaars die er al geëxposeerd hebben zijn onder anderen: Matthieu Keuter van Leeuwenberg, Loes Faber en David Disberg. “Dit gaat een beetje vanzelf, vind ik leuk om te organiseren”, aldus Chris.
Verder is hij jurylid van de Kunstbende en het Rode Oortjes Festival.

Benefiet
In 2010 organiseert Chris samen met Diederik Idema, Behsat Nvrez en anderen het benefietfestival ‘Choco’s Mundo’, ter ere van z’n vriend Choco Ramirez die begin dat jaar tragisch komt te overlijden. “Choco woonde bij mij in huis op de Hereweg. Ik vond het heel erg dat hij er niet meer was. Choco was een warmhartig mens, je kon er altijd een hapje mee eten, en hij had altijd mensen over de vloer. Daarom wilde ik iets teruggeven in de vorm van een benefietfestival.”

Groningsch Peil
In maart 2010 begint Chris met de organisatie van het showcase-festival Groningsch Peil. “Er gebeurt zoveel op het gebied van popmuziek in Groningen. En het showcase-festival Euroslag, destijds voor Groningse bands georganiseerd, is nu een groots opgezet Europees festival geworden, waar alleen de vriendjes van Eurosonic kunnen optreden. Ik wilde graag een nieuw showcase-festival voor Groningse bands organiseren.” De eerste editie van Groningsch Peil in 2010 is een succes en smaakt naar volgende edities. De provinciale popkoepel POPgroningen heeft Groningsch Peil geadopteerd en de samenwerking is goed verlopen. Chris’ nieuwe goal is om Groningsch Peil te laten plaatsvinden op twee grote podia op de Grote Markt.

Succesvol protest
Wanneer er in oktober 2010 door wethouder Janny Visscher een nota wordt ingediend om het aantal decibellen voor evenementen buiten de Groningse diepenring omlaag te brengen naar 70 dB, springt Chris meteen op de bres door de 70dB? Weg ermee!’-actie te organiseren, waarbij door veel mensen een aantal keren op de Grote Markt gedemonstreerd wordt tegen dit voorstel. Met succes, het voorstel wordt afgewezen. “Deze actie organiseren kost me een maand van m’n leven”, lacht Chris. “Ik was daarna helemaal kapot.”

Chris speelt zichzelf aardig in de kijker met de organisatie van zoveel evenementen. “Dat opent wel deuren, mensen kennen je, het wordt makkelijker om iets te organiseren. Aan de andere kant is het soms lastig, soms groeten mensen me, maar dan weet ik niet wie het zijn, of ik ken de naam niet meer. Maar ik kick daar niet op hoor, ik zou het liefst onbekend zijn. Ik doe ook gewoon maar wat. Als het maar ten goede komt aan de popmuziek in de stad is het okee. Mijn toekomstdroom? Dat het Gideon-festival uit kan. Om het uit te laten groeien tot het belangrijkste pop/dance event van Noord-Nederland. Daar werk ik elke dag voor.”

Tekst: Anja de Boer