Arend Huizinga

Ver voordat beatmuziek in Groningen gewaardeerd werd en via radio en de diverse podia de harten van de jeugd zou gaan veroveren was er een Groninger rasmuzikant die van zich deed spreken: Arend Huizinga.

In blauw uniform

Arend Huizinga begint in 1958 op twaalfjarige leeftijd muziek te maken. Dit is de schuld van een klasgenoot op de LTS. Deze jongen, Fokko Jongsema, had strafwerk gekregen en moest voor straf een nummer zingen voor de klas en zichzelf daarbij begeleiden op gitaar. Hij durfde niet alleen en verzocht Arend hem vocaal te ondersteunen. In blauwe overalletjes werd Oh When the Saints ten gehore gebracht en na afloop werd besloten van de nood een deugd te maken en een bandje te beginnen. Er moest een basgitaar aangeschaft worden. Bij de firma Tik-Tak Koffie en Thee-fabrieken werd een theekist gekocht, waarop een bezemsteel werd gemonteerd samen met een waslijn. Medescholier Pucky Postema werd bereid gevonden om hierop te spelen. Op de metaalafdeling van de school werd een trommel gemaakt van een tamboerijn, omkleed met een metalen huls. Een pannendeksel fungeerde als bekken. Albert Hulzebos werd bereid gevonden om het 'drumstel' te bespelen. Arend, die nog geen instrument bespeelde, maakte van twee kokosnoten een shaker. Dit ging als volgt: De kokosnoten werden doormidden gezaagd, leeggehaald, gevuld met groene erwten, dichtgelijmd en voorzien van handvaten. Arend fungeerde eerst als zanger/percussionist en speelde pas later een beetje gitaar. Onder de naam de Swingende Swingband (voorzien van gestreepte jasjes) werden de eerste schreden gezet op de diverse podia in de stad. Samen met Fokko bleef Arend nog jaren muziek maken.

Brede bezetting

Twee jaar later ontmoette Arend op een jeugdclub Jan Stuivenberg, die drummer was in The Yellow Devils. De groep had drie slaggitaristen en Arend kon er als vierde slaggitarist makkelijk bij, na aanschaf van een geel bloesje. Ze hadden een herkenningsmelodie gecomponeerd en gerepeteerd werd er in clubhuis De Heerd in de Agricolastraat. De bandleden kwamen allen uit het centrum van de stad Groningen. Omdat de erg grote bezetting toch bezwaarlijk bleek, moest Arend het veld ruimen omdat hij er als laatste bijgekomen was. Jan Stuivenberg dreigde evenwel Arend te volgen en daarom verlieten de andere drie gitaristen de groep. Arend en Jan (artiestennaam Jacky) bleven over en gingen verder met Ypie van der Woude, Willie Pikkert en zanger Siele.

Bonbons

In 1960 ontmoette Arend Bert Hollander en Harrie Hollander. Ze vormden samen met Danie de Koe de groep The Apachies. Gerepeteerd werd er boven de winkel 'Het Bonbonhuisje' in de Herestraat, eigendom van de familie Hollander. Als muzikanten of bezoekers 's avonds door de winkel naar boven liepen hoorde je altijd eerst gegraai in de vele flessen met drop, chocolade en snoep. En eenmaal boven probeerde men niet te kauwen. Er werd geïnvesteerd in goede Dynacord-apparatuur, waaronder een prijzige echo, zodat het Shadows-repertoire goed kon worden nagespeeld. Eén keer werd er opgetreden in Het Krotje, maar de band werd niet teruggevraagd. In 1963 verliet Jan Stuivenberg de groep en werd hij vervangen door Hans Waterman. Af en toe speelde Reinie Hooft mee op sologitaar.

Meeveranderen

De naam werd veranderd in Danny & the Jaguars. Het was in de begintijd van The Beatles, ze lieten het haar groeien, speelden veel Beatles-, Stones- en Kinksnummers en kleedden zich excentrieker. Ze werden naast The Rocking Tigers en The Javelins nu wel veelvuldig teruggevraagd in Het Krotje. De omschakeling van nette Shadows-muziek naar het ruigere werk betaalde zich uit in veel meer optredens. Ze hoorden er nu echt bij. Hans Waterman vertrok in 1964 en vormde met Reinie Hooft The Rene Five. Harrie Hollander kreeg een ernstig auto-ongeluk op de Afsluitdijk en na het vertrek van Bert Hollander, vanwege verkering, traden Frans de Wit en Fokko Munniksma toe. Wim Molanus verving Harrie Hollander op basgitaar. De naam werd The Jaguars. Uit deze tijd is nog een muziekfragment bewaard gebleven; een door radio Noord en Oost (RONO) opgenomen interview en een stukje livemuziek, opgenomen in 1964 in Het Krotje. Per abuis wordt in het interview de naam van de band verkeerd aangekondigd. Begin 1966 verlieten Bennie en Wim Molanus de band en werden opgevolgd door Peter Walrecht, Henk Markus en Waldo Kopijn. Deze bezetting was goed en herkenbaar en dit was de betere tijd van The Jaguars, maar later dat jaar moest Arend in dienst en hield de band op te bestaan.

In groen uniform

Tijdens zijn diensttijd in Assen kwam Arend bij toeval in de Winschoter band The Jesters terecht. Tijdens een optreden in de Flintstonebar bevond Arend zich in het publiek en toen er een versterker uitviel bood hij aan hen uit de brand te helpen. Ze stelden voor dat Arend dan maar een paar nummers mee zou spelen. Dit beviel zo goed dat hij deel ging uitmaken van The Jesters, met Eppo Bodde als zanger en Luuk Visscher op drums. In principe deed Arend ieder optreden mee, ook als hij de kazerne niet uitmocht: of hij regelde een dienstruil met een collega of hij klom over de omheining. Tijdens het appel antwoordde een collega-militair met 'hier' als zijnde 'aanwezig soldaat Huizinga' voor de som van 2,50 gulden. 's Nachts sloop Arend de kazerne weer binnen. Arends broer had een grote Amerikaanse auto en hij regelde het vervoer van en naar de kazerne. Via de motorkap van de auto sprong Arend over de omheining. De schoenen werden hem nagegooid. Na zijn diensttijd in 1970 speelde Arend ruim een jaar in ASH-TRAY met Fries Wolma, later Jur Eckhardt, op toetsen, Luuk Visscher op drums, Jan Suiveer als zanger en Appie Kamphuis op bas. Gerepeteerd werd in de kelder van de Friesch-Groningse hypotheekbank aan het Hereplein in Groningen. Van 1973 tot 1974 stopte Arend tijdelijk geheel met muziek maken.

De dansorkest periode

Tijdens een vakantie op Ameland las een vriend een advertentie voor waarin een gitarist/bassist gevraagd werd. Na aanvankelijke weigering van Arend om hierop te reageren werd door deze vriend contact gezocht met Anne Doedens: het bleek de groep The Chapparels te zijn. Het was een druk bezette top 40-groep, die ook veel country speelde. Arend speelde bas als Anne steelgitaar speelde en slaggitaar als Anne baste. Chiel Wolrich speelde de toetsen, Peter Walrecht speelde korte tijd drums en werd opgevolgd door Henk Doedens. Bert van der Woude speelde gitaar en de manager was Ben Lukken. Er werd veel opgetreden in de grote dancings in Twente. Van 1974 tot 1984 maakte Arend deel uit van de band. De band maakte in deze tien jaren veel bezettingswisselingen mee. Halverwege de jaren zeventig werden twee singles uitgebracht.

Back to the roots

Tijdens een optreden (ergens in de jaren tachtig) van The Rocking Tigers in café de Vliegh in Zuidlaren bevonden zich in het publiek Arend Huizinga en dorpsgenoot Hans Dekker. Hier hervond men de animo om opnieuw sixtiesmuziek te gaan maken. In een eerder stadium had Wim Molanus al aangegeven ook wel een countryband te willen beginnen, maar uiteindelijk werd in 1986 besloten om in gewijzigde vorm The Jaguars te hergroeperen onder de naam Roots '66. Wim Molanus ging bassen, Wolter Kobus (M.M. & the Fellows) speelde aanvankelijk op drums en later werd dat Jan Stuivenberg. Arend speelde gitaar en Hans Dekker begeleidingsgitaar. Er werd zo authentiek en opvallend mogelijk opgetreden: in meerdere sixtiesoutfits, glitterjasjes, hippykleding en met getoupeerde haren. Aanvankelijk maakte Arends vrouw Wilma nog deel uit van de formatie. Het eerste optreden was op het terras van Het Blauwe Paard te Zuidlaren. Een direct succes. Inmiddels treedt Roots '66 al twintig jaar lang jaarlijks op voor de trouwe fans in café de Drentse Aa in Schipborg.


Tekst: Gerard Groothuis
Bron: Arend Huizinga